De Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie (ICAO - International Civil Aviation Organisation) heeft in 2008 wereldwijde verplichtingen ingevoerd betreffende het kennis- niveau van de Engelse taal (ELP - English Language Proficiency) voor bestuurders van luchtvaartuigen en luchtverkeersleiders.
Alle piloten en luchtverkeersleiders die van de radio gebruik maken, moeten via hun vergunning kunnen aantonen dat ze een kennisniveau 4, 5, of 6 hebben voor het gebruik van de Engelse taal in radiocommunicatie.
Deze verplichting moet ervoor zorgen dat er duidelijk over de radio gecommuniceerd wordt tussen piloten en luchtverkeersleiders.
De verplichting betreffende het kennisniveau van de Engelse taal is een maatregel om de luchtvaartveiligheid te verhogen. Er is immers uit onderzoek van verschillende luchtvaarton-gevallen en -incidenten gebleken dat een gebrekkige communicatie tussen piloten en lucht-verkeersleiding, of tussen piloten onderling, de hoofdoorzaak, of één van de oorzaken was.
Het is niet de bedoeling dat de standaard ICAO-radiofraseologie niet meer gebruikt zou worden. Er wordt net in tegendeel op aangedrongen dat deze altijd zou gebruikt worden in de situaties waarvoor ze opgesteld werd. Maar omdat die fraseologie niet altijd volstaat in onbekende of onverwachte omstandigheden, moet men ook in spreektaal in het Engels in een luchtvaartcontext een gesprek kunnen voeren. Het aan te tonen kennisniveau van de Engelse taal komt dus bovenop de al verwachte kennis van de standaard ICAO-radio-fraseologie.
De verplichting betreffende het kennisniveau van de Engelse taal heeft niets te maken met het examen voor het behalen van een “Beperkt bewijs van radiotelefonie”, dat ook in de Engelse taal dient te worden afgelegd. (Artikel 47 van het Koninklijk Besluit van 4 maart 2008). Het “Beperkt bewijs van radiotelefonie” staat los van de vermelding “ENGLISH” op de vergunning.
In België, noch in de meeste landen van West-Europa bestaat er een ernstig probleem wat de kennis van de Engelse taal bij piloten en luchtverkeersleiders betreft. Een groot deel van de opleidingen en van de examens gebeurt immers in de Engelse taal. Ook gebeurt de communicatie in de luchtvaartwerkomgevingen in Europa grotendeels in de Engelse taal.
Omdat de verschillende nationale oplossingen in afwachting van een Europees systeem hoe dan ook slechts tijdelijk zijn, heeft ons land gekozen voor een voor alle betrokkenen transparant systeem, met externe taalexameninstellingen (TSP’s – Test Service Providers), zonder een eigen nieuwe overheidsinstelling te moeten opbouwen.
Tot en met november 2010 werd bij het behalen van een kennisniveau 4, 5 of 6, van de Engelse taal, enkel de vermelding “ENGLISH” aan Belgische luchtvaartvergunningen toegevoegd. Dit kwam overeen met het huidige taalkennisniveau 4 en was 3 jaar geldig. Hierin is verandering gekomen, naar aanleiding van het “Koninklijk Besluit van 26 oktober 2010, tot wijziging van het KB van 30 juni 2008, tot regeling van de kennis van de Engelse taal” en de publicatie hiervan in het Staatsblad, op 1 december 2010.
Vanaf 10 december 2010 wordt naast de voordien al in gebruik zijnde vermelding “ENGLISH”, ook de geldigheidsdatum ervan vermeld op luchtvaartvergunningen. Het behaalde taalkennisniveau 4, 5 of 6 wordt niet op de luchtvaartvergunning vermeld. Een taalkennisniveau 4 is drie jaar geldig, een taalkennisniveau 5 is zes jaar geldig en een taalkennisniveau 6 is onbeperkt geldig. Voor dit laatste wordt een vermelding “UNLIMITED” i.p.v. een concrete datum vermeld. De geldigheidstermijnen gaan in vanaf de datum van het examen voor een initiële vermelding en voor een hernieuwing vanaf het ogenblik dat het attest van taalkennisniveau wordt gebruikt om de vermelding “ENGLISH” op de luchtvaartvergunning te laten zetten.
moeten een taalkennisniveau 4, 5 of 6 bewijzen voor het gebruik van de Engelse taal in radiocommunicatie.
Die verplichting geldt niet voor de bestuurders van vrije ballons, van zweefvliegtuigen en van ultralichte motorluchtvaartuigen.
Spraak: De uitspraak, de klemtoon, het ritme en de intonatie worden beďnvloed door de moedertaal, of door een streekvariant ervan, maar brengen slechts zelden de verstaanbaarheid in het gedrang
Structuur: Eenvoudige spraakkundige structuren en zinsbouw worden vindingrijk gebruikt en over het algemeen goed beheerst. Fouten kunnen voorkomen, met name in ongewone of onverwachte omstandigheden, maar ze veranderen zelden de betekenis van de informatie;
Woordenschat: De woordenschat is voldoende groot en nauwkeurig om zich doeltreffend uit te drukken over algemene, concrete of beroepsonderwerpen. Waar de woordenschat te kort schiet in ongewone of onverwachte omstandigheden, slaagt de spreker er dikwijls in om te omschrijven;
Vlotheid: De spreker kan tamelijk lang praten aan een aangepaste spreeksnelheid. Hij kan af en toe zijn welbespraaktheid verliezen bij de overgang van aangeleerde formuleringen naar spontaan spreken, maar zonder dat dit de doeltreffendheid van de mededeling benadeelt. De spreker maakt in beperkte mate gebruik van partikels of voegwoorden. Stopwoorden leiden de aandacht niet af.
Begrip: De spreker begrijpt doorgaans goed wat gezegd wordt over algemene, concrete of beroepsonderwerpen, indien het gebruikte accent of taaleigen voldoende verstaanbaar is voor een internationale taalgebruikers gemeenschap. Hij kan soms trager begrijpen of verhelderingen moeten vragen bij een taalkundige moeilijkheid, bij verwikkelingen of bij een onvoorziene gebeurtenis;
Gespreksvaardigheid: De antwoorden zijn doorgaans onmiddellijk, gepast en informatief. De spreker begint een gesprek en houdt het gaande, zelfs in onvoorziene omstandigheden. Hij reageert correct op klaarblijkelijke misverstanden, door te toetsen, te bevestigen of te verduidelijken.
De taalkennisexamens worden in België enkel afgenomen door hiertoe door het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV) erkende taalexameninstellingen (TSP – Test Service Provider).
De voorwaarden om als taalexameninstelling erkend te worden, zijn bepaald in de Circulaire CIR-LIC 11 van het Directoraat-generaal Luchtvaart. De lijst van de erkende taalexamen-instellingen vindt u hier.
Wie voor het examen het minimum niveau van de Engelse taal (operationeel taalkennis-niveau 4), of hoger behaalt, moet van de taalexameninstelling een “Attest van taalkennis Engels” krijgen. Hierop dient het behaalde taalkennisniveau 4, 5 of 6 vermeld zijn.
Het is ook toegelaten om een attest voor te leggen van een exameninstelling die door een andere lidstaat van de Europese Unie erkend werd. In dat geval dient de kandidaat zelf een bewijs voor te leggen dat deze exameninstelling erkend is door een lidstaat van de Europese Unie.
Het originele ELP-attest dient aan de Dienst Vergunningen van het Directoraat-generaal Luchtvaart voorgelegd te worden, om de vermelding “ENGLISH”, op de vergunning te laten zetten. Afhankelijk van het behaalde taalkennisniveau 4, 5, of 6, wordt een geldigheidsduur bepaald en op de luchtvaartvergunning vermeld.
Een initieel taalkennisniveau 4, vermeld op een ELP-attest, is 3 jaar geldig vanaf de datum van het geslaagde taalkennisexamen. Deze termijn van 3 jaar kan opnieuw met 3 jaar verlengd worden, op voorwaarde dat de houder van de vergunning opnieuw voor een taalkennisexamen een niveau 4 behaalt. De nieuwe termijn gaat in vanaf het ogenblik dat een nieuw ELP-attest wordt aangewend om opnieuw “ENGLISH”, met een vervaldatum, op de luchtvaartvergunning te laten zetten.
Een initieel taalkennisniveau 5, vermeld op een ELP-attest, is 6 jaar geldig vanaf de datum van het geslaagde taalkennisexamen. Deze termijn van 6 jaar kan opnieuw met 6 jaar verlengd worden, op voorwaarde dat de houder van de vergunning opnieuw voor een taalkennisexamen een niveau 5 behaalt. De nieuwe termijn gaat in vanaf het ogenblik dat een nieuw ELP-attest wordt aangewend om opnieuw “ENGLISH”, met een vervaldatum, op de luchtvaartvergunning te laten zetten.
De vermelding taalkennisniveau 6, vermeld op een ELP-attest, is blijvend geldig vanaf de datum van het geslaagde taalkennisexamen. Dit zal zorgen voor een vermelding “ENGLISH UNLIMITED” op de luchtvaartvergunning.
Houders van een
kunnen de vermelding “ENGLISH” met een geldigheidsdatum op een luchtvaartvergunning, of toelating vermeld krijgen, als ze slagen voor een taalkennisexamen. Ook in dit geval blijft een taalkennisniveau 4 gedurende 3 jaar geldig, een taalkennisniveau 5 gedurende 6 jaar geldig en een taalkennisniveau 6 blijvend geldig.
FOD Mobiliteit en Vervoer : homepage