U bent hier:    home > water > koopvaardij > LRIT


 

LRIT-systeem

Het LRIT-systeem laat toe om zeeschepen wereldwijd te identificeren en te traceren. 

Het initiatief tot oprichting van het LRIT-systeem werd genomen met het oog op het verbeteren van de maritieme veiligheid. De goedkeuring door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) gebeurde op 19 mei 2006 en werd van kracht op 1 januari 2008. Alle verdragsluitende overheden worden verplicht om gegevenscentra op te zetten voor het opslaan van posities van zeeschepen varende onder hun vlag. Het SOLAS-verdrag bepaalt in hoofdstuk V/19-1 welke zeeschepen verplicht zijn om te voldoen aan de LRIT-wetgeving. Ook de rechten en plichten van de verdragsluitende overheden en opsporings- en reddingsdiensten, met betrekking tot het ontvangen van LRIT-gegevens, werden hierin vastgelegd. De LRIT-wetgeving geldt voor vrachtschepen met een tonnage boven de 300 ton, alle passagiersschepen en mobiele boorplatforms op zee.

Het LRIT-systeem maakt het mogelijk om schepen die zich in de buurt van een schip in nood bevinden te identificeren. Hierdoor wordt de coördinatie van opsporings- en reddingsoperaties aanzienlijk verbeterd. 

Het LRIT-systeem omvat o.a.:

Een LRIT-coördinator beoordeelt en onderzoekt namens alle verdragsluitende overheden de goede werking van het LRIT-systeem. 

De vlaggenstaat moet voor elk zeeschip varend onder zijn vlag minstens vier posities per dag opslaan. Op aanvraag moet dit zelfs om de vijftien minuten mogelijk zijn. De tijdspanne die verloopt tussen twee opeenvolgende uitzendingen kan op afstand door een operator aan land gewijzigd worden. Elke transmissie bevat de naam van het schip, de positie en het tijdstip waarop de verzending gebeurt. 

LRIT-gegevens worden op verzoek meegedeeld aan de overheden die gemachtigd zijn om deze informatie te ontvangen en aan opsporings- en reddingsdiensten. De vlaggenstaat moet LRIT-gegevens ter beschikking stellen van de verdragsluitende overheid van het land van bestemming, zodra het schip gemeld heeft een bepaalde haven te willen aandoen, en van de overheden van de landen die langs de vaarroute liggen, tot op een afstand van 1000 zeemijl uit de kustlijn. 

Dit gebeurt via een systeem van nationale, regionale en coöperatieve gegevensbanken die op zich verbonden zijn met de internationale LRIT-gegevensbank. De LRIT-apparaten aan boord van schepen varende onder Belgische vlag sturen automatisch gegevens door naar de Europese LRIT-gegevensbank. De Belgische overheid heeft het recht om LRIT-gegevens van Belgische zeeschepen te beschermen, en indien nodig, de toegang tot deze gegevens te weigeren.

Het LRIT-systeem is complementair met het AIS-systeem (Automatic Identification System, een volgsysteem voor zeeschepen in kustgebieden). Het is nu mogelijk om zeeschepen al enkele dagen voor hun aankomst te traceren en op te volgen. Dichter bij de kust komt het zeeschip binnen het bereik van het AIS-systeem.

(english version)

Meer informatie vindt u in Circular 003/08 'Notification on Long-Range Identification and Tracking of Ships (LRIT) compliance'

References:

 

FOD Mobiliteit en Vervoer : homepage