U bent hier: home > water > koopvaardij > Bunkerolie-certificaat
Het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie (hierna Bunkerolie-Verdrag genoemd) is in werking getreden op 21 november 2008. België is toegetreden tot het Bunkerolie-Verdrag met datum van inwerkingtreding op 11 november 2009.
Het Bunkerolie-Verdrag regelt de aansprakelijkheid van de eigenaar van een schip voor schade door verontreiniging door bunkerolie. Indien het schip een bruto tonnenmaat heeft van meer dan 1.000 moet de geregistreerde eigenaar voor zijn aansprakelijkheid een verzekering of andere financiële zekerheid hebben. De verzekering of andere zekerheid moet gecertificeerd worden door een certificaat van de overheid van de Staat wiens vlag het schip voert en dat certificaat (Bunkerolie-certificaat) moet zich aan boord van het schip bevinden.
Vanaf 11 november 2009 moet elk schip met een bruto tonnenmaat van meer dan 1.000 dat de Belgische vlag voert dus een Bunkerolie-certificaat aan boord hebben, uitgereikt door de Belgische overheid. De certificaten uitgereikt voor 11 november 2009 door een andere overheid dan de Belgische, aan schepen die de Belgische vlag voeren, worden echter erkend en voor de betrokken schepen moet geen Belgisch certificaat worden aangevraagd zolang het voornoemde vreemde certificaat geldig blijft.
Onder schip wordt door het Bunkerolie-Verdrag verstaan: alle zeeschepen en zeegaande vaartuigen van welk type ook. De verplichting om een Bunkerolie-certificaat aan boord te hebben is ook van toepassing op de “estuaire schepen”. De olietankers die al over een CLC-certificaat beschikken worden niet door het Bunkerolie-Verdrag uitgesloten, ook deze categorie van schepen moet een Bunkerolie-certificaat hebben.
De retributie voor een Bunkeroliecertificaat bedraagt 96 euro vanaf 1 januari 2012.
De aanvrager zendt een aanvraagformulier tot het bekomen van een Bunkerolie-Certificaat naar het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer op het volgende adres :
FOD Mobiliteit en Vervoer
Directoraat-generaal Maritiem Vervoer
Vooruitgangstraat 56
1210 Brussel
Het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer aanvaardt ook aanvragen in elektronisch formaat op het volgende E-mailadres: dgmar.reg@mobilit.fgov.be.
Bij de aanvraag moet een attest worden gevoegd, uitgaande van de verzekeraar of diegene die de zekerheid stelt, gericht aan “FOD Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Maritiem Vervoer, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel”, dat de geregistreerde eigenaar voor het bovenvermelde schip een verzekering of andere financiële zekerheid in stand houdt die voldoet aan de vereisten van het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie.
Elektronische attesten van “P&I clubs” van de “International Group of P&I Clubs” worden eveneens aanvaard op voorwaarde dat het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer het lidmaatschap van het betrokken schip kan verifiëren op de website van de betrokken club.
Een retributie van 96 euro, moet vooraf worden betaald op rekening 679-2006031-71 van het Maritiem Vervoer SBO, Natiënkaai 5, 8400 Oostende met vermelding van de naam en het IMO-nummer van het schip. (Verdere gegevens voor internationale overschrijvingen : Bank van de Post ,Koloniënstraat 56, 1000 Brussel, IBAN: BE 49 6792 0060 3171, BIC: PCHQBEBB).
De aandacht wordt erop gevestigd dat de verzekering of financiële zekerheid ten volle de aansprakelijkheid van de eigenaar volgens het Bunkerolie-Verdrag moet dekken met inbegrip van de gevallen waarin de eigenaar van het schip niet kan bewijzen dat de schade geheel en al werd veroorzaakt door een opzettelijk handelen of nalaten van derden, met de bedoeling schade te veroorzaken, ook in het geval van terroristische daden.
De verzekering of financiële zekerheid moet uitgaan van een onderneming die gerechtigd is om de betrokken verzekering of financiële zekerheid aan te bieden en die voldoende solvabel is. Het DGMV aanvaardt zonder bijkomend onderzoek een verzekering van een “P&I club” die lid is van de internationale pool van de “International Group of P&I Clubs”.
De Bunkerolie-Certificaten worden per gewone post verstuurd. Andere manieren van afgifte kunnen worden bepaald in overleg met het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer.
De scheepseigenaar dient het Bunkerolie-Certificaat niet te laten registreren bij de hypotheekbewaarder.
Elke wijziging met betrekking tot een Bunkerolie-certificaat moet onmiddellijk aan het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer worden gemeld.
Elk jaar vervalt een groot aantal certificaten op 20 februari. Gelet op het grote aantal certificaten dat tegelijk moet hernieuwd worden voor die datum is het raadzaam dat scheepseigenaars tijdig het nodige doen om de certificaten met een dergelijke vervaldatum te hernieuwen.
FOD Mobiliteit en Vervoer : homepage